FAQ

Hoe kan ik een nieuwe titel aanmelden?

Uitgevers kunnen hun titel aanmelden voor opname in het printbereiksonderzoek. De titel moet dan wel voldoen aan de NOM opnamecriteria en de uitgever moet bereid zijn zich te houden aan de NOM publicatiecriteria en een aantal NOM werkprocedures.

Lees hier verder.

Wanneer wordt mijn titel gepubliceerd?

De NOM Print Monitor (NPM) wordt twee keer per jaar gepubliceerd in de vorm van (1) een jaarbestand met data van januari tot en met december en (2) een jaarbestand met data van juli tot en met juni.

NOM kent twee typen rapportage: een mediaplanningsbestand (elektronisch bestand) en een schriftelijke rapportage (pdf). Een titel wordt alleen in het mediaplanningsbestand gepubliceerd na een jaar meting. Anders komen er titels in het mediaplanningsbestand die niet aan alle respondenten zijn voorgelegd en dat werkt fouten in de hand bij het analyseren van het bestand. Tevens geldt dat het gemiddeld bereik van een titel groot genoeg moet zijn om gepubliceerd te worden: op jaarbasis moet de titel minimaal 100 waarnemingen in de ongewogen steekproef op gemiddeld bereik hebben. Als een titel niet aan dit criterium voldoet (te klein is), wordt deze alleen in de schriftelijke rapportage gepubliceerd voor een aantal basis doelgroepen.


Nieuwe titels die op een regulier moment zijn ingestapt zijn bij de eerstvolgende publicatie een halfjaar gemeten. Deze worden dan ook niet opgenomen in het mediaplanningsbestand. Als er in die periode minimaal 100 waarnemingen zijn gerealiseerd worden ze wel in schriftelijke rapportage opgenomen.

Titels die tussentijds zijn opgenomen zitten bij de eerstvolgende en de daaropvolgende publicatie korter dan een jaar in de meting. Ze worden daarom in de eerste twee publicaties na opname niet opgenomen in het mediaplanningsbestand. Een titel kan wél gepubliceerd worden in de schriftelijke rapportage als:

- deze op het moment van de eerstvolgende publicatie
tenminste een kwartaal meeloopt in het onderzoek én
- er minimaal 100 waarnemingen zijn gerealiseerd.

In dat geval moet het bereik apart berekend worden (aparte weging) waarvoor extra kosten in rekening worden gebracht (zie tussentijdse opname).

Klik hier voor een overzicht van de publicatiemogelijkheden:
Publicatiemogelijkheden

Hoe kom ik aan de NOM-data?

De leden van de vier participanten van NOM hebben toegang tot alle onderzoeken die door NOM worden uitgevoerd en gepubliceerd. De betaling voor het ontvangen van de data geschiedt via de vier participanten (BVA, Cebuco, GPT en PMA). Naast de leden van de vier participanten geven wij ook andere marktpartijen de mogelijkheid om in NOM-onderzoeken hun titels te meten en/of de NOM-data af te nemen. Deze partijen kunnen een (jaar)contract afsluiten met NOM.

Wat zijn media imperatives (MIP's)?

De media imperative (MIP) is een driedeling die aangeeft of respondenten een mediumtype gemiddeld of meer of minder dan gemiddeld gebruiken. NOM publiceert MIP's voor:

  • Dagbladen
  • Tijdschriften (alle tijdschriften, weekbladen, maandbladen)
  • Televisie
  • Radio
  • Internet

Lees hier verder.

Hoe wordt de MIP Buitenreclame geconstrueerd?

In de NOM Print Monitor wordt gevraagd hoe lang een respondent zich in de afgelopen week binnen en buiten de bebouwde kom verplaatst heeft en met welk vervoersmiddel. Er is niet direct naar afstand gevraagd, omdat het moeilijk is voor respondenten om aan te geven hoe ver men zich heeft verplaatst.

Op basis van deze vraag is een berekening gemaakt van het verplaatsingsgedrag uitgedrukt als de afstand die mensen per week afleggen. Deze afstand is berekend door het aantal uur dat men per week per vervoersmiddel binnen respectievelijk buiten de bebouwde kom doorbrengt te vermenigvuldigen met de gemiddelde snelheid per vervoersmiddel. De gemiddelde snelheden zijn afkomstig uit het Mobiliteitsonderzoek Nederland 2006 (MON, de opvolger van het OVG). Omdat in het MON geen uitsplitsing is gemaakt tussen binnen en buiten de bebouwde kom, zijn de verplaatsingen binnen en buiten de bebouwde kom bij elkaar opgeteld.

De afstand die respondenten hebben afgelegd is gewogen met de vlakdichtheid (percentage buitenreclame vlakken) per provincie, volgens onderstaande verdeling:



Vervolgens worden de resultaten over drie groepen verdeeld: 33% laagste scoren, 33% midden en 33% hoogste scoren.

Hoe wordt de welstand van een respondent bepaald?

Welstand wordt niet direct aan de respondenten gevraagd, maar berekend uit 3 vragen/variabelen: - huishoudinkomen - opleiding - eigen huis-bezit Er worden 5 welstandsklassen geconstrueerd: W1 (hoog) tot en met W5 (laag). De indeling in welstandsklassen vindt als volgt plaats:

Om de huishoudensopleiding te bepalen wordt gekeken naar de opleiding van de respondent en de hoofdkostwinner; de hoogste van de twee wordt gekozen als huishoudensopleiding.

Opleiding gecombineerd met huishoudinkomen leidt tot indeling in een welstandsklasse.

Wanneer deze twee gegevens geen uitsluitsel geven (b.v. omdat de vraag naar het huishoudinkomen niet beantwoord is), dan vindt indeling mede plaats op basis van eigen huis-bezit.

Welstand tabel

Is welstand hetzelfde als sociale klasse?

Nee, sociale klasse wordt op basis van andere gegevens bepaald/geconstrueerd. Het belangrijkste verschil is dat bij sociale klasse geen rekening wordt gehouden met het inkomen. Daardoor heeft sociale klasse maar weinig samenhang met inkomen.

Indeling sociale klasse

Waarvoor heb ik welstand nodig?

Vaak wordt welstand gebruikt om vast te stellen of de doelgroep veel of weinig te besteden heeft. Daarvoor kan uiteraard ook direct naar het gezinsinkomen gekeken worden of naar het persoonlijke inkomen (gemeten in de NOM Doelgroep Monitor). Alleen zijn niet alle respondenten bereid om informatie over hun inkomen te verstrekken; zo'n 20% wil deze informatie niet geven. Welstand kan dan gebruikt worden als indicator (op basis van gegevens over opleiding en eigen huis).

Wat is de definitie van boodschapper?

In de NOM-data komen drie variabelen voor die gebaseerd zijn op de boodschapper:

"Boodschapper 13+", Boodschapper 20-49 jaar" en Boodschapper met kind 0-17 jaar"

De boodschapper in deze drie variabelen is - conform de andere mediabereiksonderzoeken - gedefinieerd als degene in het huishouden die het grootste deel van het huishoudelijk werk doet.

Indien men op zoek is naar de doelgroep van mensen die meestal de dagelijkse boodschappen doet, dan kan men de variabele "Doet meestal dagelijkse boodschappen" gebruiken.

Zit er in de NOM Print & Doelgroep Monitor ook informatie over de penetratie van producten en diensten in huishoudens in Nederland?

In principe is de NOM Print & Doelgroep Monitor (NPDM) representatief voor alle personen in Nederland van 13 jaar en ouder.

In de Doelgroep Monitor (DGM) worden echter naast vragen op persoonsniveau ook vragen gesteld die betrekking hebben op het hele huishouden. Zo wordt er bijvoorbeeld gevraagd naar het bezit van allerlei apparaten in het huishouden, onder andere een wasdroger.

Als je dit kenmerk gewoon op het totale persoonsbestand (13 jaar en ouder) uitdraait, dan kom je uit op 9.348.000 (NPDM 2010-I/2010-II). Let op, dit is niet het aantal wasdrogers in Nederland, maar het aantal personen in huishoudens met een wasdroger.

Soms wil je deze informatie echter op huishoudniveau: hoeveel huishoudens in Nederland zijn in het bezit van een wasdroger? Om hier achter te komen, kun je het beste op hoofdkostwinners draaien in plaats van op 13+. Dit doe je door via het respondentkenmerk "Positie in huishouden" de hoofdkostwinners eruit te filteren. Je komt dan nog op een aantal van 4.611.000. Dit is het aantal huishoudens in Nederland dat in bezit is van een wasdroger.

Let op: dit soort huishoudanalyse is alleen zinvol voor kenmerken die voor alle personen binnen een huishouden hetzelfde zijn, niet voor kenmerken op persoonsniveau (bijvoorbeeld gedrag of persoonlijk bezit).